Persoonlijke groei

Te enthousiast, te aanwezig, te veel…

Het begon al vroeg… In mijn ouderlijk huis was er weinig ruimte voor wie ik was. Mijn energie, mijn nieuwsgierigheid, mijn lachen, mijn praten, mijn voelen; het werd niet gezien als iets moois maar als iets wat begrenst moest worden. Afgestraft. Gecorrigeerd. Mijn bestaan moest worden gedimd. Daardoor leerde ik al jong dat liefde voorwaardelijk was en niet vanzelfsprekend. Dat ik pas geliefd was als ik me aanpaste aan de ander, als ik rustiger was, kleiner, minder zichtbaar. Stil.

Als je dat geleerd wordt, dan weet je niet beter en dan neem je dat mee in latere relaties wat betekent dat het patroon zich steeds weer herhaalde… Mannen maar ook vrouwen die mij eerst bewonderden om mijn enthousiasme, mijn warmte en mijn kracht om mij vervolgens te gaan begrenzen. Vaak met zinnen als “je had wel heel veel het woord, hè” of “je trok wel enorm de aandacht naar je toe” of “moet je nou echt steeds zo hard lachen?”

Ik ging mezelf daardoor nog meer monitoren dan ik gewend was want ik wilde niet teveel zijn. Ik wilde geliefd zijn… Met als resultaat dat ik steeds verder af kwam te staan van de vrouw die ik bedoeld was te zijn. Zonder dat ik dat wist…

Die konden bepalen of ik een petje mocht dragen.

Dat wat ik heb ervaren voor een groot deel van mijn leven is wat indoctrinatie (vergelijkbaar met hersenspoeling of manipulatie) met je doet. Belangrijk om te weten is dan ook dat het niet altijd komt met harde bevelen maar juist met herhaling van woorden. Een vorm van liefde die afhankelijk wordt gemaakt van gedrag, met het idee dat de ander gelijk heeft en jij moet bijstellen… En voor je het weet leef je kleiner dan je bedoelt bent. In mijn geval, wat ik al schreef, raakte ik steeds verder af van de vrouw die ik bedoeld was te zijn. 

Maar wat ik heb geleerd dankzij de nodige psychologen en de harde ervaringen in de praktijk, is dat het nooit ging over ’te veel’ zijn. Het had helemaal niks met mij te maken maar alles met de ander. Over de controle die de ander nodig had om zich belangrijk en sterk te voelen. Want als je de ander klein kunt houden, ben je zelf namelijk groter. 

Ik zie het nu van een afstand… Alle volwassenen – en dat zijn er te veel geweest – in mijn leven die mij meenden te moeten besturen. Die mij konden kleineren. Die mij te veel vonden. Die konden bepalen of ik een petje mocht dragen. Of dat mijn rolstoel niet wenselijk was. Die mij te enthousiast en luidruchtig vonden. Die mijn lach te hard vonden. Ha… Zelfs mijn lach.

Zo'n 85% van wat mij geleerd is, heb ik moeten afleren.

Toch is het soms nog steeds lastig om het te zien… Ik ben nu 53 en nog steeds een work in progress. Want iets veranderen wat je aangeleerd is tijdens je jeugd, is zwaar. Zo’n 85% van wat mij geleerd is, heb ik moeten afleren. Ik heb jaren in een soort van permanente zelfbewaking gezeten. Ik was altijd aan het voelen, scannen: “doe ik het goed, ben ik niet te veel, praat ik niet te hard, lach ik niet te hard, eet ik niet te veel, geef ik de ander wel genoeg ruimte…” uit angst om na een verjaardag of überhaupt een gezellige middag/avond de deksel weer op m’n neus te krijgen. Niet openlijk maar altijd achteraf. Dat gevoel, kan ik nog zo oproepen en is heel intens want het niet jezelf mogen zijn, is afschuwelijk. Überhaupt het niet durven/kunnen vertrouwen op jezelf is iets wat ik niemand gun. Toch leerde ik al heel jong dat wat ik als gezelligheid ervoer, dat dit vaak niet klopte. Even een voorbeeld…

Samen met mijn ouders en broertje reden we op een zondag (dacht ik) terug van een feestje van mijn opa & oma waar de hele familie bij was, al mijn ooms en tantes van mijn moeders kant. In mijn hoofd/beleving hadden we een gezellige middag/avond gehad. Ik had genoten en zat naderhand achterin de auto bij mijn ouders met een grijns van oor tot oor in de veronderstelling dat het echt heel erg gezellig was geweest om vervolgens te vernemen dat ik dat helemaal verkeerd zag. Dat er helemaal niks deugde aan dat feestje. Aan niemand… Ik zag het helemaal verkeerd. Waar haalde ik het in vredesnaam vandaag te denken dat het een leuk feestje was?

Het is één voorbeeld van de vele die mij al heel jong leerde dat wat ik als gezelligheid zag of voelde, dat het dit dus niet was. Daardoor wist ik al vrij jong dat ik dus niet kon vertrouwen op mijn gevoel. Ha, terwijl ik er nu blind op vaar, goddank.

Het aanleren van bepaald gedrag ten gunste van de ander.

Ik heb jaren in een systeem gezeten waarin corrigeren normaler was dan beschermen. Waarin luisteren naar de ander belangrijker was dan luisteren naar mezelf, naar mijn gevoel. En ik verwarde dat met liefde, ik wist niet beter. 

Want als je opgroeit met ouders die je kleiner maken, die je kwetsen in plaats van dragen, dan wordt dat je referentie kader. Dan leer je dat liefde iets is wat je moet verdienen door je aan te passen, door stiller te zijn, door minder ruimte in te nemen. Door jezelf te wantrouwen…

En hoe idioot ook: omdat het systeem waarin ik opgegroeid ben zo vertrouwd was, herhaalde het zich een groot deel van mijn volwassen leven. Niet omdat ik dat wilde maar omdat het vertrouwd voelde. Omdat ik niet wist dat het ook anders kan. Dat er echt zoiets bestaat als onvoorwaardelijke liefde… Ik wist het niet.

Het systeem achter me laten is enorm zwaar geweest. Beseffen dat hetgeen ik gekend heb geen liefde is maar conditionering, dus het aanleren van bepaald gedrag ten gunste van de ander, weegt nog altijd zwaar want ik had het mezelf zo graag zo anders gegund: een jeugd vol liefde, harmonie, verbinding, gelijkwaardigheid, onvoorwaardelijke steun en goede, echte steunende gesprekken. Hoe fijn was mijn volwassen leven dan geweest? Maar helaas…

Aan de andere kant: ik kan het mijn dochters wel bieden en wij kunnen er enorm goed over praten, over mijn jeugd. Ik mag ze leren waar ik vandaan kom, wat ik heb moeten missen en dat ik het hun 180 graden anders gun. Dat niemand controle over hun mag hebben. Dat ze krachtige, liefdevolle vrouwen zijn die niks minder verdienen dan onvoorwaardelijke liefde. Dat ze altijd weten dat ze precies goed genoeg zijn zoals ze zijn en dat ik altijd naast hun zal staan. Onvoorwaardelijk. Want och, juist dat, het onvoorwaardelijke, is toch echt onwijs belangrijk… Ik weet dat als geen ander.

Dat ze mij verboden om bij de uitvaart van mijn opa te zijn.

Mijn ouders konden de controle niet los laten en gingen daar heel ver in. Te ver. Met als dieptepunt denk ik dat ze mij verboden om bij de uitvaart van mijn opa te zijn, de enige opa die ik heb gekend en waar ik een echt heel goede band mee had. En nu denk je wellicht: ‘dan was je vast nog jong’ maar nee, ik woonde al samen. Ik was gewoon bang voor ze, pas heel wat jaren later zag ik dat in… 

Mijn ouders willen macht uitoefenen. Dat doen ze mijn hele leven al. Ze zien manipulatie als iets normaals om hun zin te krijgen en vinden gelijk krijgen belangrijker dan mij in mijn waarde laten. Het is voor hun onmogelijk om mij de ruimte te geven om mij mijn eigen leven te laten leiden. Ik ben zwart gemaakt bij iedere gelegenheid. Ik ben weggezet als bordeliner. Ik heb een psychose gehad. Want welk ander excuus zou er moeten zijn dat hun dochter zichzelf uit hun leven had verwijderd? Iemand zwart maken is hun vertrouwd èn het is eenvoudiger dan om zichzelf een spiegel voor te houden als in “hadden wij het anders moeten aanpakken?” Dat is geen optie… Nu niet, nooit niet. Mijn ouders hebben altijd gelijk, fouten maken komt in hun woordenboek niet voor. 

Enniewee, back on topic:  ik weet nu dat we allemaal CEO zijn van ons eigen leven. Dat we mogen loslaten wie ons klein houdt, dat we mogen koesteren wie ons steunt, liefheeft, hoort en ziet. Dat we zelf bepalen wie toegang heeft tot onze energie, onze tijd en ons hart. En dat niemand, echt werkelijk helemaal niemand het recht heeft om te zeggen: jij bent te veel, jij bent te luidruchtig, jij bent te enthousiast. Nee… Jij bent, net als ik, precies goed zoals je bent en laat niemand je ooit anders vertellen. 

Tot de volgende, wees lief voor jezelf. X

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *