Als de zenuwpijn terroriseert.
Ik neem je even mee naar een dag die niet wenselijk is voor mijn lijf. Een dagje behangen bij mijn dochter. Dit in overleg met zowel mijn fysio als mijn huisarts omdat het koppie ook wat wil, dus het mentale aspect, want we weten alle drie dat het fysiek geen goed plan is. In mijn enthousiasme denk ik dat ik prima een dag iets bij haar kan doen mits ik me aan de gemaakte afspraken hou. Dus in theorie zou dit dan klinken als twee banen behangen samen met mijn dochter, en dan weer plat. Maar op de dag zelf blijkt, once again, dat de praktijk zich niet in de buurt van het theoretische plan laat zien.
Na in totaal vier banen te hebben behangen, met de nodige rustpauzes ertussen die wellicht -kuch- een stuk korter waren dan gepland, begonnen we aan het laatste stuk. Een stuk met veel snijwerk, een stuk met wat langer staan.
Ik voel dat ik op slot spring maar dat ene stukje, dat ene stukje behang… ‘Kom op Jess, maak het af voor je kind’, denk ik bij mezelf. ‘Je kunt dit!’ Maar het slot wat ik voel, is onvermurwbaar. Het gaat niet meer…
We zijn amper een kleine vier uur bij haar, een lieve kameraad van mij, mijn ex-man en ik, en ik sta klem. Ik kan niet meer lopen, ik weet niet meer hoe. En mijn dochter ziet èn herkent het. De koek is op… Ze haalt mijn kameraad om mij te ondersteunen vanaf de gang naar de kamer waar ik vraag om een stoel zodat ik kan hangen. In combinatie met fijne muziek op de achtergrond en wat ademhalingstechnieken kan het dadelijk best wat beter gaan. Yep, positiviteit stroomt door mijn bloed zelfs als de zenuwpijn mijn vulva en bekken terroriseert.
Fysiek kan ik dit dragen…
Want dat is het… Zenuwpijn. En hoewel ik een neurostimulator draag om deze pijn te verminderen (ik ervaar 60% minder zenuwpijn in mijn linkerbeen en de neurostimulator pakt een deel van mijn rechterbeen en bekken mee) is iedere nieuwe plek er eentje waar ik toch weer mee moet leren dealen. En hoewel het in rust prima gaat, is teveel belasten echt verlammend op sommige momenten. Zoals op de gang bij mijn dochter thuis.
De muziek in combinatie met mijn ademhaling en de humor die mijn kant op wordt gegooid, werkt. Ik kan voorzichtig gaan liggen op haar bank die, in combinatie met mijn rugkussen, prima ligt.
‘Nou, dat verloopt niet bepaald volgens planning,’ denk ik bij mezelf. Of dat lastig is? Nee, niet meer. Ik ken het klappen van de zweep en ben bovenal dankbaar dat ik bij der ben èn toch heb kunnen helpen. Fysiek kan ik dit dragen en mentaal heb ik flink wat gewonnen, als je begrijpt wat ik bedoel.
Als ik op Bruce lig…
Na een half uur liggen denk ik dat ik er wel weer tegen kan. Uhu…
Ik sta voorzichtig op, loop voorzichtig naar de gang en wil voorzichtig weer helpen als ik voel dat de boel weer op slot gaat. Kak… Ik kijk naar mijn kind en wil zeggen dat ik echt moet afhaken maar het is niet nodig want ze is me te snel af. “Ga gewoon weer liggen, mama, ik kan dit heus alleen.” En dat ze dat kan, weet ik want het grootste gross van de muur heeft ze zelf gedaan.
Ik besluit dat de dag erop zit en blijf braaf liggen tot mijn kameraad klaar is met het aansluiten van de vaatwasser. Ik volg het voorbeeld van Simba, de poes van mijn dochter, het is wat het is.
Die berusting voelen terwijl iedereen zich inzet om alles in goede banen te leiden, is fijn. Na jaren van schuldgevoelens als ik dankzij mijn lijf niet kon helpen of minder kon doen dan ik wilde, is het me er bij neerleggen een heel fijn gevoel. Ik voel me bovenal dankbaar, wat ik al schreef. Ik heb m’n best gedaan en meer kan ik niet doen. Daarnaast, ik ben er nog niet want ik moet nog met de auto terug…
Dat betekent een klein half uur pijn wegpuffen, afleiding zoeken en flink veel lachen. Want dat is mijn ding als ik behoorlijk wat pijn heb, ik lach het liefst. Gelukkig begrijpt mijn kameraad net als zijn vrouw dat dit voor mij het beste werkt dus de terugweg vliegt voorbij. Tuurlijk zijn er een aantal momenten dat de tranen mij in de ogen springen maar wat verander je er aan? Dat is dan ook precies mijn antwoord als mijn kameraad een paar keer vraagt of het wel gaat… ‘Als ik zeg dat het niet gaat, dan is er niets wat we er aan kunnen veranderen, dus het is wat het is…’ Dus ik ben zeker blij als hij me thuis afzet en ik op Bruce lig, mijn Vegro bed in de woonkamer. Ik ben daarnaast dubbel zo blij als hij alle spullen die we bij ons hebben netjes weg zet en erg dankbaar dat hij pas vertrekt als hij zich ervan verzekert heeft dat ik zo comfortabel lig als maar mogelijk is.
De dag zit erop, het is ergens rond drie uur en zodra ik het aankan wil ik graag naar boven om me te douchen. Warmte op mijn rug… Dus goed anderhalf uur later is dat een feit, heerlijk douchen waarna de pyjama aangaat en ik me voorneem om mijn warmtekussen mee naar beneden te nemen. ‘Wat weer een rock’n roll op de zaterdagavond’, lach ik hardop als de telefoon gaat. Het is mijn oudste dochter die FaceTimed. Ze is benieuwd hoe het gaat. En terwijl ik haar ervan overtuig dat het goed gaat naar omstandigheden, besef ik me dat ik opeens alweer beneden ben. ‘Shit!’, zeg ik hardop. ‘Wat is er’, vraagt mijn dochter. Ik leg haar uit dat ik al beneden ben maar het warmtekussen nog boven. En dat ik niet nog een keer ga traplopen… Dus ik heb pech.
Alleen rust en kalmte kan mij redden.
Wat ik niet doorheb is dat zij een idee heeft waardoor ik even later toch mijn warmtekussen heb zonder dat ik daarvoor naar boven hoef te lopen. Want wat ik vergeten ben, en zij ondanks haar warrige hoofd onthouden heeft, is dat mijn ex-man mijn boormachine nog terug komt brengen. En dus blijft ze net zolang FaceTimen met mij tot hij er is. ‘Papa, kun jij mama’s warmtekussen van boven halen want ze kan niet nog een keer traplopen.’ En zo geschiedde…
Ik kon, en kan, terugkijken op een zeer geslaagde dag. En mijn lijf? Die krijgt extra pijnstilling en extra lactulose. Mijn lijf mag vandaag, the day after, relaxen. En morgen en dinsdag ook. En met relaxen bedoel ik veel plat, weinig lopen en staan en absoluut niet zitten. Ha… Alleen rust en kalmte kan mij redden. En White Collar.
Wees lief voor jezelf. Tot de volgende. X